Kelimutu

20 mei 2016: Mama Belgia is niet thuis

Wat een groot verschil met de voorgaande dagen. Het is hier echt stil en rustig. Het enige wat we horen is het ruisen van de zee. Vrij van muggen onder de klamboe. Lekker fris en toch warm onder mijn fleece slaapzakje. Walter lacht al jaren met mijn slaapzakje, maar het is nog altijd een warme reisgezel als de AC net iets te lang koud blaast.

Na het ontbijt vertrekken we. Maumere ligt aan de noordkant, maar wel op het smalste deeltje van het eiland. De rit naar het zuiden en de Indische oceaan duurt niet zo lang. We stoppen onderweg bij een museum, allez, t.t.z. ze noemen het een museum, maar het is een lokaal dat ongeveer overeen komt met onze afdeling textiel in ons Kontichs museum. En het is bovendien een verzameling van de meeste uiteenlopende voorwerpen en voorwerpjes. Zo hangt er o.a. een kader met munten uit verschillende landen. En dus ook oude Belgische munten. Het was lang geleden dat ik nog het 25-centmuntje met het gaatje gezien had. Maar het is niet echt dat waarvoor we naar Indonesia zijn gekomen.

Ondertussen passeren hier twee Indonesische bedienden. Hand en hoofd naar beneden ze vragen permissi om te passeren. Een eenvoudig handgebaar dat toch mooi is.

Het museum dus. Uiteindelijk weinig voorwerpen van Flores zelf. Wel voorwerpen van de Asmat (volksstam uit Irian Jaya ofte Indonesisch Papoea), maar eerder van bedenkelijke kwaliteit. Ik vind dat we thuis een aantal zaken hebben die mooier zijn. Ooit meegebracht van de vorige reizen naar de Baliemvallei. Ik denk hier aan de pijl en boog die ik van een Dani heb gekocht die toen net van de jacht terugkwam. Niet dat ik er zo trots op ben dat ik zijn dagelijks gebruiksmateriaal heb gekocht.

Dit museumpje behoort tot het seminarie van Flores. Ik geraak precies niet los, van alles wat met opleiding van priesters en dergelijke te maken heeft.

Onze gids-chauffeur Lius is een lieve jongen  van 36. Hij spreekt behoorlijk en verstaanbaar Engels. De conversaties verlopen in het Bahasa en het Engels, naargelang het onderwerp. En met simultaanvertaling uit het Indonesisch voor Ann.

Hij geeft wat algemene uitleg over Flores. De naam zou niet komen van bloemen, maar van een Portugese bezetter, een zekere Flores da Costa. En dat zou best kunnen, want de vele graven dragen Portugese namen zoals da Silva of da Gomez. Maar het heeft ook de naam Nusa Nipa, wat slangeneiland betekent. Lius verwijst naar de vele weggetjes die kronkelend door het land en de bergen lopen. Ik denk dat het ook met de vorm van het eiland te maken heeft. Niet zozeer omdat ik daar zelf ben opgekomen, maar omdat ik een kaart in ons lieflijk museum heb gezien, waarbij een slang, een soort python, het eiland in een wurggreep houdt.

We rijden verder en bereiken de zuidkust aan de Indische oceaan. Met enkele stops om de prachtige kust en de woest golfbewegingen op foto vast te leggen. Ook al weet je, dat dit eigenlijk nooit lukt. Dit is stof voor National Geographic.

We stoppen in Sikka, waar we een demonstratie in ikatweven krijgen. Ik zie dit niet voor het eerst, maar het is wel altijd leuk. Hoe intensief om het garen te kleuren. En om het hele productieproces te doorlopen. En net altijd iets anders. Maar wel duidelijk toeristisch uitgebaat. Wat geeft het?

In het dorpje is er een echt mooie kerk. Alweer. Met openingen bovenaan in het gebinte. En je hoort volop de branding van de oceaan. Als achtergrondmuziek echt wel mooi.

Daarna rijden we verder naar het oosten. Vanaf nu is onze route sowieso oostelijk, want we moeten in Labuanbajo aankomen. Het eindpunt, van waaruit we Komodo en Rinca bezoeken.

Onderweg komen we aan een (zeer luxueus) huis van Mama Belgia. We stoppen even, maar de mama logeert in een van haar vier huizen. Niet thuis dus, we rijden verder. En we eten in restaurant Laryss. Of ze dat bij ons een restaurant zouden durven noemen? Het ligt vlak aan de oceaan. En er is in waterput op het erf. Een man ligt luilekker op zijn rug bovenop zijn motorfiets te slapen. Wij zouden eraf vallen of geradbraakt zijn. Voor de doorsnee Aziaat geen enkele moeite. In ieder geval de mie goreng is eerlijk en goed. Dus wat zouden we hier klagen over de benaming van het etablissement.

We rijden verder door een wondermooi landschap. Links van ons duikt telkens de oceaan op, maar rechts volop natuur. Bossen, maar ook cultuur. Cacao, banaan, koffie, papaja, sursak, jeruk (citroen), mango en alles wat de natuur hier geeft. En dat is heel veel. Steek hier een stok in de grond en gegarandeerd staat er enkele maanden later fruit aan.

De weg naar hier is uitstekend, maar regenbuien zorgen voor zwellende rivieren en vooral tanah longsor, aardverschuivingen, tijdens de voorbije nacht. Er liggen hier en daar massieve rotsblokken op de weg. Massief is echt massief, blokken van twee meter doorsnee zijn geen gewone keitjes meer. Maar de erosie doet zijn werk.

Hier en daar vreemde tafereeltjes. Naast de meeste huizen staat een graf. En de mensen zitten er vaak op. Voor een van de huizen zitten vier mensen gewoon bovenop het graf te kaarten. Zou de inspiratie van oma en opa komen? Mijn fantasie drijft me naar mijn geboortedorp Marke. Kun je je het voorstellen dat ik bovenop het graf van mijn ouders ga zitten kaarten met enkele vrienden. Onmiddellijk rijp voor Beernem, zouden de mensen zeggen. Voor de niet West-Vlaamse vrienden, denk aan Geel. Maar de nabijheid van je “voorbestaanden” is toch wel een nieuw gegeven op die manier.

We zien verder enkele apen langs de kant van de weg. En camions, geladen met mensen. In ons land zou dit leiden tot meerder boetes en langdurige intrekking van het rijbewijs. Hier de normaalste zaak ter wereld.

En plots zijn we aan onze lodge. Ecolodge. Enkele huisjes  midden in deze mooie natuur met zicht op bos, sawahs, rivier en een mooie tuin. Volop rust met een ruisende en bruisende rivier die door het domein loopt.

Selamat datang di Flores, zegt onze gids. Welkom in Flores. En daarmee bedoelt hij dat we geen wifi, geen telefonisch contact, geen AC, maar wel muggen hebben. Straks met drieën onder de klamboe. Je zult dus even moeten wachten op dit verslag.

Nogal wat Oostenrijkers. Enkele Duitsers, waarvan enkele met een jong Indonesisch vriendinnetje. Een teman tidur, slaapkameraadje. Duidelijk jonger. Maar ja, ik moet niet veel zeggen, want ik ben met twee vrouwen op stap. Weliswaar iets meer op leeftijd.

Mijn sate sape, rundsvlees, kwam van een dier dat net iets te lang op de wei heeft gestaan, maar wel het kauwen aanzienlijk bevorderde.

Vroeg gaan slapen vanavond, want morgen moeten we om vier uur op om naar de opgang van de matahari, de zon, te gaan kijken.

Reageren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer